Rond 1960 werd begonnen met het samenstellen van dit woordenboek. Voor de schrijfwijze van de maar liefst 34 klanken die in het Gronsvelds voorkomen (het Nederlands telt er 14) werd voor consequent toegepaste, conventionele schrifttekens gekozen. Deze werd ontleend aan het Frans, bijvoorbeeld de 'è' van 'diksjenèr' (de 'è' van het Franse 'frère'), of aan de Duitse 'ö ', bijvoorbeeld in 'pöt'. In mindere mate geldt dit ook voor de ëu-klank die qua schrijfwijze veel verwantschap vertoont met de 'eu' in het Franse 'beurre'.

Gepoogd is om ook nuanceverschillen tussen klanken in het Nederlands en het Gronsvelds uit de spelling te laten blijken, bijv. het Nederlandse 'veiling' 'vrouw' en het Gronsveldse 'vyling' 'vroûw'.

Ook de voor de meeste Limburgse dialecten kenmerkende sleeptoon en stoottoon zijn in de spelling uitgedrukt. Bijv. 'broéd' (bruid) met sleeptoon en 'broed' (brood) met stoottoon. Zo ook bij 'duúster (donker) en 'ruuskes' (roosjes).

In de tot nu toe verschenen dialectwoordenboeken moest vaak worden volstaan met een aanduiding als 'klinkt ongeveer als het Duitse, Franse, Engelse….'

Op het tabblad "Voorbeelden" treft u alle klanken aan met voorbeelden, zowel in schrift als geluid.

De personen die de zinnen hebben ingesproken zijn:

De geluidsregistratie is van Nico Janssen.